Soupe de poisson of bouillabaisse…

… over een vriendschap.

(English below)

Onlangs was ik in Marseille en als er iets is dat je daar moet eten dan is het wel soupe de poisson of bouillabaisse want die komen daarvandaan. En als ik aan vissoep en bouillabaisse denk, denk ik aan een hele lieve vriendin. Vandaag 1 augustus 2022 is het 45 jaar geleden dat ik voor haar ging werken als secretaresse en al snel ontstond een bijzondere vriendschap. 24 was ik en directiesecretaresse bij een jong, bloeiend en groeiend bedrijf. In 1977 was het heel bijzonder dat een vrouw aan het hoofd van een commercieel bedrijf stond. Zij was toen 33.
Tussen het werk door praatten we over van alles: onszelf, onze jeugd, sterrenrestaurants, de mannen in ons leven. We leerden elkaar steeds beter kennen en een jaar later vroeg ze mij mee te gaan naar Zuid-Frankrijk. Haar broer had een flat gekocht in Cannes en het leek haar leuk om daar samen met mij een week naar toe te gaan.

En daar gingen we; in haar donkerblauwe Jaguar. Wat een feest. Eerst naar Parijs, we sliepen een nachtje in het Intercontinental Hotel destijds nog in de Rue de Castiglione. We moesten lachen om de piepkleine kamer, die in mijn herinnering ongeveer 12 vierkante meter was. Daarna in één keer door naar Cannes. Ik las de kaart en zij had mij streng toegesproken dat het niet de bedoeling was om in slaap te vallen. Ja baas.

Toen we in de late middag (of was het vroege avond, ik weet het niet meer) aankwamen in de flat was er niets te eten. Geen nood, we gingen meteen naar de Boulevard De Croisettes. Tja, waar moesten we eten? We hadden wel een Guide Michelin bij ons, maar die lag nog in de flat. Oh wat hadden we een trek. Dit terras dan maar. Nee hoor, TL-verlichting, ongezellig. Die dan maar? Oui! Het was inmiddels tegen 21.00 uur – aan de Côte een hele normale tijd om aan tafel te gaan. Nadat we de kaart hadden bestudeerd besloten we voor de ‘soupe de poisson’ te gaan; geen idee wat we zouden krijgen, want we hadden dat allebei nog nooit gegeten. En toen kwam die hoor. Zo’n ouderwetse witte soepterrine met leeuwenkoppen en een grote soeplepel erin, een schaaltje croutons, een bakje met geraspte Gruyère en een bakje met rouille. Wat moesten we daarmee doen? We keken om ons heen en begrepen dat het de bedoeling was dat je zelf de soep opschept, de rouille op de croutons moet smeren, in de soep doet en vervolgens de kaas eroverheen strooit. Direct begon de soep te binden. En toen die eerste hap… Goddelijk! Nóg maar een beetje opscheppen, pourquois pas? Ja, op dat moment kwam de vissoep in mijn leven.

Ik heb zesenhalf jaar voor mijn vriendin gewerkt. Ik vertrok naar een andere baan; de vriendschap bleef.

Bijna twintig jaar later, 1995. Mijn vriendin nodigde mij en een andere vriendin van haar uit voor een heel lang weekend Cannes. Ze had er een appartement gehuurd pal naast het Carlton Hotel. Overdag lagen we heerlijk te zonnebaden op het ponton van het hotel, ’s avonds gingen we er feestelijk dineren want er was vuurwerk. We keken in de menukaart: geen vissoep, maar wel bouillabaisse. Nou die dan maar. Het bleek een gerecht dat in zes gangen werd geserveerd. Het ene gerechtje nog verfijnder dan het andere, maar toen we eindelijk aan de echte bouillabaisse (nee, dat is geen soep, maar dat is de vis waarvan de soep is getrokken) toe waren, hadden we geen trek meer. Oh ja het was délicieux, maar – excusez-nous – echt te veel, pas de dessert, nee laat de café ook maar zitten. Wat hebben we erom moeten lachen.

Al zo’n veertig jaar ga ik een paar keer per jaar naar Parijs en altijd eet ik oesters (oui, avec une coupe de champagne) bij Brasserie Terminus Nord voordat ik de Thalys naar huis neem. In de winter staat de vissoep daar op de kaart en dat is echt allerlekkerste vissoep die ik ken. Okay heel lang geleden in de tijd van Gerard Fagel en Wulf Engel kon je bij Auberge De Hoefslag ook een heerlijke vissoep eten, maar daar zat zoveel kreeftenfond in, dat het eigenlijk meer een bisque was. Toen ik in juli in Marseille was at ik in het Mucem een heerlijke vissoep in de Brasserie/Restaurant La Cuisine (een restaurant van Gerald Passedat – zijn restaurant Le Petit Nice heeft sinds 2008 drie sterren).

De soupe de poisson is nog steeds een gerecht dat ik graag eet. En natuurlijk denk ik dan altijd even aan aan mijn vriendin.

Soupe de poisson or bouillabaisse… about a friendship.

Recently I was in Marseille and if there is anything you should eat there, it is soupe de poisson or bouillabaisse because they come from there. And when I think of fish soup and bouillabaisse, I think of a very dear friend. Today, 1 August 2022, it is 45 years ago that I started working for her as a secretary and a special friendship quickly developed. I was 24 and an executive secretary in a young, flourishing and growing company. In 1977, it was very special to have a woman at the head of a commercial company. She was 32 at the time.
In between work we talked about a lot: ourselves, our childhoods, Michelin star restaurants, the men in our lives. We got to know each other better and better and a year later she asked me to go with her to the South of France. Her brother had bought a flat in Cannes and she thought it would be nice to go there with me for a week.

And there we went, in her dark blue Jaguar. What a party. First to Paris, we stayed one night at the Intercontinental Hotel, then still on Rue de Castiglione. We had to laugh about the tiny room, which in my memory was about 12 square metres. Then we went on to Cannes in one go. I was reading the map and she had sternly told me not to fall asleep. Yes, boss.

When we arrived at the flat in the late afternoon (or was it early evening, I don’t remember) there was nothing to eat. No problem, we went straight to the Boulevard de Croisettes. Where should we eat? We did have a Guide Michelin with us, but it was still in the flat. Oh, we were so hungry. This terrace then. No, fluorescent lighting, not very cosy. That one then? Oui! By now it was around 9 p.m. – on the Côte a very normal time to have dinner. After studying the menu, we decided to go for the ‘soupe de poisson’; no idea what we would get, as neither of us had ever eaten this before. And then it came. One of those old-fashioned white soup tureens with lion’s heads and a big ladle in it, a bowl of croutons, a small bowl of grated Gruyère and a small bowl of rouille. What were we supposed to do with all that? We looked around and understood that the idea was to ladle out the soup, spread the rouille on the croutons, put it in the soup and then sprinkle the cheese on top. Immediately the soup started to bind. And then the first bite… Divine! Just a little more, pourquoi pas? Yes, that is when the fish soup came into my life.

I worked for my friend for six and a half years. In 1983 I left for another job; the friendship remained.

Almost twenty years later, 1995. My friend invited me and another friend of hers for a very long weekend in Cannes. She had rented a flat right next to the Carlton Hotel. During the day, we sunbathed on the pontoon of the hotel, in the evening we had a festive dinner because there were fireworks. We looked at the menu: no fish soup, but bouillabaisse. Well, that would be it. It turned out to be a dish that was served in six courses. One dish more refined than the other, but when we finally reached the real bouillabaisse (no, that is not soup, but that is the fish from which the soup is made), we already lost our appetite. Oh yes, it was d̩licieux, but Рexcusez-nous Рreally too much, pas de dessert, no please Рforget le caf̩. We had to laugh about it.

I have been going to Paris a few times a year for about forty years and I always eat oysters (oui, avec une coupe de champagne) at Brasserie Terminus Nord before taking the Thalys home. In winter, the fish soup is on the menu and that is really the best fish soup I know. Okay, a long time ago, in the time of Gerard Fagel and Wulf Engel, you could also have a delicious fish soup at Auberge De Hoefslag, but it had so much lobster stock in it, it was more like a bisque. When I was in Marseille in July, I ate a delicious fish soup at the Brasserie/Restaurant La Cuisine (a restaurant run by Gerald Passedat – his restaurant Le Petit Nice has had three stars since 2008).

The soupe de poisson is still a dish that I love to eat. And of course when I do order it I always think of my friend.

Parijs | slapen

(English below | Sleeping In Paris)

Steeds meer krijg ik privé berichtjes van vrienden die mij vragen waar je leuk in Parijs kan slapen. Nou, ik kan je vertellen in Parijs wemelt het van de leuke hotelletjes; je kan elke hippe reisgids erop naslaan. Maar spreken uit eigen ervaring is natuurlijk de beste aanbeveling. Ik heb in heel veel leuke hotels geslapen. Had ik een nieuwe relatie (hmm) dan was het logisch dat we op de meest romantische plek in de stad van de liefde, de liefde wilden… nou ja. Laat ik er niet verder over uit wijden.
Voor mijn werk moest ik jaarlijks twee tot drie keer in Parijs zijn. Vervelend? Nooit natuurlijk! Ik plakte er altijd een paar dagen aan vast. Ik wilde geïnspireerd worden door een nieuw winkelconcept of eten in dat ontzettend leuke, nieuwe restaurant of gewoon slenteren door de straten om ergens op een terrasje neer te ploffen en een ‘coupe de champagne’ te bestellen en te kijken naar de goed geklede Parisiennes die voorbijkwamen. Je leeft tenslotte maar ‘une fois, n’est pas’?
Als je al zo’n veertig jaar een paar keer per jaar naar Parijs gaat, word je steeds efficiënter. Ik ben de laatste twintig jaar altijd met de trein gegaan. Geen gedoe met je auto, zo fijn. Op een gegeven moment had ik bedacht dat mijn hotel vanaf het Gare Du Nord met de metro bereikbaar moest zijn zonder over te hoeven stappen. Dat vind ik met een koffer namelijk een crime. Soms kom je in een metrostation terecht waar je zolang moet lopen en zoveel trappen op en af moet… wat een gedoe! Metrolijn 4 gaat rechtstreeks naar Saint-Germain-des-Pré. Een heel leuk quartier om te slapen, te eten, te shoppen en te wandelen. lk heb in die jaren heel veel hotels in deze wijk van binnen gezien. Helaas werden de leuke kleine hotels verkocht, verbouwd en daardoor niet meer te betalen. Zo jammer. Maar eentje is er nog steeds:

Hotel Des Marronniers
Vanaf het metrostation ‘Église Saint Germain’ loop je in drie minuten naar dit hotel in de Rue Jacob. Ondertussen zie je meteen waar je je eerste drankje kan drinken, namelijk bij Les Deux Magots. Het hotel ligt aan een binnenplaats (een ‘cour’ in goed Frans) en dat is wel zo fijn, want dan heb je geen last van de vuilniswagens die voor dag en dauw door de straten van Parijs rijden om de stad schoon te houden. De kamers zijn klein (maar je hoeft er alleen maar te slapen toch?), klassiek ingericht en van alle gemakken voorzien. Als je geluk hebt zit je hoog aan de achterkant en heb je een geweldig uitzicht op de tinnen daken van Parijs. Dan voel je ook echt dat je er bent. Overigens zijn alle kamers op elke etage en ook aan de voorkant uitstekend hoor, dus daar hoef je je echt geen zorgen over te maken. Bij mooi weer wordt het (prima!) ontbijt in de ‘cour’ geserveerd.

Hoewel het heerlijk is om in Saint-Germain-des-Pré te slapen, vind ik het de laatste jaren toch handiger om ‘gewoon’ tegenover het Gare Du Nord te slapen. Je komt aan met de trein, wandelt naar de overkant om je koffer af te geven, je hebt je handen vrij en je pakt zo de metro naar waar je zijn wil. Metrolijn 4 gaat rechtstreeks naar Saint-German-des-Prés; het openbaar vervoer in Parijs is sowieso heel goed geregeld. Als ik de tijd heb neem ik soms ook de bus; het is soms zo fijn om Parijs eens op een andere manier te zien.
Op de dag van vertrek laat je je koffer achter bij de portier, geniet van je laatste dag, je hoeft niet meer speciaal naar je hotel om je koffer op te halen, maar gaat rechtstreeks naar het Gare Du Nord. Je haalt je bagage op en geniet misschien nog van een bordje oesters en een glas champagne bij Brasserie Terminus Nord (ze zijn gewend dat de meeste gasten met bagage binnenkomen) en daarna loop je op je gemak naar de Thalys. Au revoir Paris, à la prochaine!

25 Hours Hotel Terminus Nord
Dit über hippe hotel zit tegenover het Gare Du Nord en is onderdeel van een Duitse keten. Het zit boven Brasserie Terminus Nord (geen onderdeel van het hotel – daarover later meer). Ik heb er ook voor de verbouwing zeer regelmatig geslapen en hoewel het prachtige Art Nouveau glas-in-lood het helaas heeft moeten ontgelden kan ik niet anders zeggen dan dat het echt een fijne plek om te verblijven. Er zijn kleine en grote kamers, met of zonder uitzicht op de prachtige hoofdentree van het Gare Du Nord (dat laatste heeft zonder meer mijn voorkeur) en de kamers zijn kleurrijk ingericht. De Sape Bar op de eerste etage is een leuke plek voor een aperitief of een afzakkertje; bovendien zit er een NENI restaurant, onderdeel van het imperium van de familie Molcho. In Amsterdam vind je ook een NENI en in nog heel veel andere Europese steden.

Hotel Des Deux Gares
Dit hotel zit om de hoek van het Gare du Nord en is er maar 300 meter lopen vandaan. Er is veel aan het veranderen in deze buurt en er komen steeds meer leuke hotels en restaurants bij. Het hotel is onderdeel van de Touriste Group, die nog een paar andere eigentijds ingerichte hotels heeft in verschillende wijken van Parijs. Het interieur is ontworpen door de Engelsman Luke Edward Hall. Ik heb er zelf nog niet geslapen, maar dat ga ik de volgende keer zeker doen omdat ik er alleen maar positieve berichten over heb gelezen. Ik ben wel even binnen geweest om te zien of ik het leuk genoeg vond om over te schrijven; hier het resultaat! Aan de overkant zit het Caf̩ Des Deux Gares. Daar heb ik echt heerlijk gegeten Рdat lees je in mijn volgende blog met tips voor restaurants in Parijs. Klik hier voor een compleet overzicht van de andere hotels van deze leuke keten.

De volgende keer: gaan we lunchen en dineren in Parijs. À bientot!

Paris | sleeping

More and more I get private messages from friends asking me where to sleep in Paris. Well, I can tell you Paris is full of nice hotels; you can check any trendy travel guide. But of course, speaking from your own experience is the best recommendation. I have slept in many nice hotels. If I was in a new relationship (hmm), it was only natural that we would want to stay in the most romantic place in the city of love, to make…. well. Let me not dwell on it.
My job required me to be in Paris two or three times a year. Boring? Never, of course! I always added a few days. I wanted to be inspired by a new shop concept or eat in that incredibly nice, new restaurant or just stroll through the streets and sit down on a terrace somewhere and order a ‘coupe de champagne’ and look at the well-dressed Parisians passing by. After all, you only live ‘une fois, n’est pas’?
If you have been going to Paris a couple of times a year for about forty years, you become more and more efficient. For the last twenty years, I have always gone by train. No hassle with the car, that’s great. At one point I thought that my hotel should be accessible by metro from the Gare Du Nord without having to change trains. I find that a crime with a suitcase. Sometimes you end up in a metro station, where you have to walk for so long and climb up and down so many stairs… What a hassle! Metro line 4 goes directly to Saint-Germain-des-Pré. A very nice quartier to sleep, eat, shop and walk. I have seen many hotels in this quarter from the inside. Unfortunately, the nice little hotels were being sold, renovated and therefore no longer affordable. Such a shame. But one is still there:

Hotel Des Marronniers
From the underground station ‘Église Saint Germain’, you can walk to this hotel in the Rue Jacob in three minutes. Meanwhile, you can immediately see where to have your first drink, namely at Les Deux Magots. The hotel is situated in a courtyard, which is good for avoiding the rubbish trucks that pass through the streets of Paris before dawn to keep the city clean. The rooms are small (but you only have to sleep there, right?), classically furnished and fully equipped. If you’re lucky, you’ll be high up at the back and have a great view of the tin roofs of Paris. Then you really feel that you are there. By the way, all the rooms on each floor and also at the front are excellent. So you really don’t need to worry about that. In fine weather, breakfast is served in the court yard.

Although it is lovely to sleep in Saint-Germain-des-Pré, in recent years I have found it more convenient to sleep ‘just’ opposite the Gare Du Nord. You arrive by train, walk to the other side to drop off your suitcase, you have your hands free and you take the metro to where you want to be. Metro line 4 goes directly to Saint-German-des-Prés; the public transport in Paris is very good anyway. If I have time, I sometimes take the bus; it is so nice to see Paris in a different way.
On the day of departure, leave your suitcase at the doorman, enjoy your last day, you don’t have to go to your hotel to pick up your luggage, but go directly to the Gare Du Nord. Pick up your bags, perhaps enjoy a plate of oysters and a glass of champagne at Brasserie Terminus Nord (they are used to most guests arriving with luggage) and walk leisurely to the Thalys. Au revoir Paris, à la prochaine!

25 Hours Hotel Terminus Nord
This über hip hotel is located opposite the Gare Du Nord and is part of a German chain. It is located above Brasserie Terminus Nord (not part of the hotel – more on that restaurant later). I have slept there regularly before the renovation and although the beautiful Art Nouveau stained glass unfortunately had to go, I can only say that it is a really nice place to stay. There are small and large rooms, with or without a view of the beautiful main entrance of the Gare Du Nord (the latter is definitely my preference) and the rooms are colourfully decorated. The Sape Bar on the first floor is a nice place for an aperitif or a nightcap; there is also a NENI restaurant, part of the Molcho family empire. There is a NENI in Amsterdam, and also in many other European cities.

Hotel Des Deux Gares
This hotel is around the corner from the Gare du Nord and is only 300 metres away on foot. There is a lot of change in this neighbourhood and more and more nice hotels and restaurants are added. The hotel is part of the Touriste Group, which has a few other contemporary hotels in different areas of Paris and even one in London. The interior was designed by Englishman Luke Edward Hall. I haven’t slept there yet, but I will next time because I have read nothing but positive reviews. I did go inside to see if I liked it enough to write about it; here is the result! Across the street is their tiny Café Des Deux Gares. I had a really lovely meal there – you can read about it in my next blog with tips for restaurants in Paris. Click here for a complete overview of the other hotels of this nice chain.

Next time:
We will have lunch and dinner in Paris. À bientot!

Photo credits: Marion van den Blik, sites of the mentioned hotels

Oslo | city trip

Uitzicht op het stadhuis vanaf de Oslo fjord.

(English below – Oslo | city trip)

Omdat ik al een aantal keren in Oslo ben geweest heb ik inmiddels al heel veel gedaan, maar ook heel veel niet. Gelukkig dat mijn zusje daar woont, dus ik ga er zeker nog een aantal keren naartoe om de nieuwste hotspots te bezoeken om die met jullie te delen.

In dit dit blog ga ik je – aan de hand van mijn ervaringen – vertellen hoe een weekend er uit zou kunnen zien. Het ligt er natuurlijk aan waar je voor kiest. Wij gingen de laatste keer op donderdag heen en zondag terug.

Het is natuurlijk altijd handig om een boekje over Oslo te kopen. Let echter wel op dat dit een een recente uitgave is, want er is het laatste jaar een aantal prachtige gebouwen geopend. Ik heb nog een boekje ‘Oslo 100%’ van Mo’media uit 2017. De boekjes 100% worden niet meer uitgegeven; de uitgeverij is inmiddels overgestapt op ‘Time To Momo’, maar helaas is er geen nieuwe uitgave van Oslo. Best wel jammer, aangezien Oslo toch echt wel een gave stad is om naar toe te gaan. Bij de ANWB kan je nog wel een reisgids kopen, maar ook deze is gedateerd want van 2017. Zorg in ieder geval voor een handige plattegrond (o.a. verkrijgbaar bij Visitor Centre in het Centraal Station in Oslo).

Tip: alle hieronder in vetgedrukt blauw genoemde restaurants, café’s, culturele attracties etc. heb ik in mijn eerdere blogs over Oslo al een keer uitgebreider besproken. Dus het is aan te raden die te lezen voordat je vertrekt.

Dag I
Goed. Je hebt je vluchten en hotel geboekt (zie mijn tips). Voor een weekend is het natuurlijk handig om met handbagage te reizen, dat voorkomt wachttijd op de heen- en de terugreis. Als je op Oslo Gardemoen aankomt, volg je de borden naar de treinen. Het kopen van de tickets is simpel, maar er zijn ook loketten waar je fijn wordt geholpen. In een half uurtje zit je met de Flytoget (sneltrein) in het centrum van Oslo. Zo tijd voor koffie! Daar heb je na de reis wel trek in. In de Østbanehallen (markthallen) die vast zit aan het Centraal Station kan je bij Steam Kaffebar een heerlijke koffie bestellen, want daar ben je inmiddels best wel aan toe. Het handige is dat tegenover Steam het Oslo Visitor Centre zit. Loop daar even naar binnen voor een handige plattegrond en misschien een up-to-date boekje met informatie over wat er zoal te doen is op het moment dat jij er bent. Je kan hier trouwens ook verschillende kortingskaarten krijgen op bijvoorbeeld openbaar vervoer, een boottocht boeken (handig!)
Vervolgens loop je naar je hotel om in te checken. Zo je bagage ben je kwijt, dus heb je je handen vrij.

Loop vanaf je hotel terug richting het Centraal Station en bezoek het Operahuset, de Deichman Bjørvika bibliotheek en loop daarna richting het Munchmuseet dat ook zeker een bezoek waard is. Misschien is het tijd voor een kopje thee of wellicht is het al tijd voor een aperitief. Op de 13de etage van het Munchmuseet zit Kranen Bar met een groot terras. Bij mooi weer zit je hier heerlijk en kan je genieten van het prachtige uitzicht en de heerlijkste cocktails.

Inmiddels heb je misschien wel trek gekregen. Loop terug naar het Opera House en ga naar de Radhusgate. Volg deze straat richting het stadhuis (RÃ¥dhuset ), je ziet links Cafe Skansen. Je herkent het direct aan de geel geschilderde buitenmuren. Er is een terras, maar eigenlijk is het binnen leuker, gezelliger. Geniet van een heerlijke Noorse maaltijd voordat je terug gaat naar je hotel. Of misschien drink je nog ergens iets. Ik denk dat je de na deze eerste, lange dag met veel indrukken heerlijk slaapt.

DAG II
Wij vonden het ontbijt in ons hotel er niet zo lekker uitzien, dus weken we uit naar het inmiddels vertrouwde Steam Kaffebar in de Østbanehallen. Dat is wel zo gemakkelijk want achter het centraal station begint de Akerselva; deze rivier loopt als een groene long door Oslo. Als je deze volgt maak je een leuke wandeling, want je komt via de rivier langs alternatieve galeries, prachtige oude industriële gebouwen die een nieuwe bestemming hebben gekregen, over bijzondere bruggen, langs mooie kunstwerken en de meest bijzondere nieuwbouw. Het rustige water wordt afgewisseld door kleine en grotere watervallen. Loop door totdat je bij de Mathallen komt; de eerste roodhal van Oslo. Inmiddels heb je vast wel trek gekregen, dus loop naar binnen en kijk je ogen uit. Er zijn delicatessenwinkels en restaurants en je zal er altijd een plekje vinden om iets te eten. Er zit trouwens ook een mooie theewinkel (sorry, die interesse blijft altijd). Loop na de lunch naar de wijk Grünerløkka. Dit is dé hippe wijk van dit moment. Ik zag er leuke barretjes, restaurants, vintage winkels en leuke terrassen. Slenter heerlijk maar vergeet niet te drinken. Dat kan bijvoorbeeld bij Godt Brød. Dit is een ambachtelijke bakkerij waar je kan ontbijten of lunchen, maar ook gerust naar binnen kan gaan voor koffie, thee of huisgemaakte limonade. Loop nu op je gemak richting Aker Brygge. Het is inmiddels misschien tijd voor een aperitief. Er zijn genoeg horecagelegenheden op Aker Brygge, maar misschien is de Thief Roof Bar dan wel de leukste. Een van de duurste hotels van Oslo, maar je hoeft er niet te slapen om er een drankje te drinken. Niet goedkoop, maar het uitzicht is gratis!
En dan is het tijd voor alweer voor het diner. Ik kan je Solsiden Restaurant van harte aanbevelen. Maar… het is er altijd vol dus reserveer zodra je je reis hebt gepland! Ze hebben overigens twee shifts. Wij hebben er een keer al om 16.30 uur gegeten. Dat lijkt heel vroeg, maar we hebben er overdag rekening mee gehouden en daarom het aperitief overgeslagen. We gingen om 21.30 uur van tafel, zijn vervolgens richting hotel gegaan en hebben toen nog een heerlijke cocktail bij Pier 42, de bar van Hotel Amerikalinjen, genomen. En zoals je begrijpt hebben we daarna heerlijk geslapen.

Dag III
Tja, wordt het team Kaffebar voor het ontbijt of een andere vestiging van Godt Brød vlak bij het Munch museum? Als het mooi weer is, is deze dag bij uitstek geschikt om naar de Vigeland Beeldentuin te gaan. Het is wat verder weg, ongeveer een uurtje lopen. Heb je daar geen zin in dan kan je natuurlijk een taxi nemen of vanaf het centraal station met bus 31. Of je neemt de Hop on – Hop off bus. Je kan opstappen bij het Centraal Station; de bus gaat via een aantal belangrijke gebouwen langs het Koninklijk Paleis naar het Vigeland Park. Je kan overal uitstappen en dat is misschien wel zo handig.
Zelf ben ik nog niet in het Vigeland Park geweest, maar het staat bovenaan mijn lijstje voor de volgende keer. Het park is eigenlijk een openluchtmuseum met beelden van één kunstenaar, Gustav Vigeland, en wordt ook wel het ‘blotebeeldenpark’ genoemd. De beelden symboliseren de kringloop van het leven. In het Kafe Vigeland serveren ze goede koffie en Noorse lekkernijen.
Heb je nog energie over dan kan je via een andere route teruglopen via het Koninklijk Paleis (heb je dat ook gezien) en dan loop je zo het centrum in. Misschien heb je zin om nog even te winkelen of het Stadhuis te bezoeken om de zaal te bekijken waar ieder jaar de Nobel Prijs voor de Vrede wordt uitgereikt. Ik kan je vertellen, dat is zeer indrukwekkend. Of je loopt de Aker Brygge op (er zit achter de Aker Brygge ook een mooi winkelcentrum) en brengt een bezoek aan het Astrup Faernley Museet. Mijn favoriete museum in Oslo. Ik denk dat je alweer trek hebt gekregen. Er is genoeg in de buurt, maar het Italiaanse restaurant Venti.Venti in het Astrup Fearnley kan ik van harte aanbevelen en ze hebben ook nog eens goede wijnen.

Dag IV
Na het ontbijt liepen we naar de haven tegenover het stadhuis, want we hadden tickets voor een twee uur durende boottocht. De tickets hadden we de eerste dag al gekocht bij het Oslo Visitor Centre. De boot vertrekt om 10.30 uur en is om precies 12.30 uur weer terug. Zorg dat je op tijd bent, want dan heb je de best kans op een goede plek (bakboord). Ter informatie: er is een bar waar je frisdrank en thee of koffie kan krijgen (kopen). We hadden best trek gekregen en omdat we om 14.00 uur richting luchthaven moesten zochten we snel een leuk terras voor een lichte lunch. Bij Pastis Bistrobar at ik de allerlekkerste toast avocado met een gepocheerd ei ooit, dat is een echte aanrader.
Nadat we de koffer bij het hotel hadden opgehaald liepen we naar het station en binnen no time waren we op Gardemoen. Daar geen toestanden zoals op Schiphol, dus we waren snel door de security. Op de luchthaven hebben we voorbij de security bij Fiskeriet nog een Scandinavische snack genomen met een glas wijn. Gelukkig maar, want we hadden een uur vertraging, waardoor we uiteindelijk pas om 20.00 uur op Schiphol aankwamen. Het ongemak van de vertraging waren we snel vergeten, want we keken terug op een heerlijk, inspirerend weekend in Oslo.

Tijdens de boottocht kan je het glazen wrakschip van heel dichtbij zien.

Wij waren precies 72 uur in Oslo, verdeeld over vier dagen. We hadden het gevoel er een week te zijn geweest en toch hadden we nog niet alles gezien. Kortom, we komen terug!

Winkelen
Oh ja. Misschien denk je wel: “Hoe zit het eigenlijk met de winkels. Daar heb ik niets over gelezen”. Dat klopt. Ik had er gewoonweg iedere keer dat ik in Oslo was geen tijd voor. En dat voor iemand die zelf twee prachtige thee- annex cadeauwinkels heeft gehad en dol is op het bezoeken van winkels met aparte concepten! Eigenlijk ondenkbaar toch? De volgende reis naar Oslo heb ik een doel. Ik ga een hele dag op zoek naar leuke winkels, zodat ik jullie kan vertellen waar je naartoe kan.

We gaan naar Parijs!
In mijn volgende blog ga ik je meenemen naar mijn geliefde Parijs. Ik krijg zoveel privé verzoeken of ik een leuk hotel(letje) weet en waar je kan gaan eten. Dus… à bientot!

Oslo | city trip

Because I have been to Oslo several times now, I have already done a lot, but also a lot not. Luckily, my sister lives there, so I will definitely be going there a few more times to visit the latest hotspots to share with you. In this blog, I will tell you – based on my experiences – what a weekend might look like. Of course, it depends on what you choose. Last time, we went on Thursday and came back on Sunday.

It is of course always useful to buy a booklet about Oslo. But make sure it is a recent edition, because a number of beautiful buildings have been opened in the last year. I still have a booklet ‘Oslo 100%’ by Mo’media from 2017. The booklets 100% are no longer published; the publisher has now switched to ‘Time To Momo’, but unfortunately there is no new edition of Oslo. Quite a pity, since Oslo really is a cool city to go to. At the ANWB you can still buy a travel guide, but this one is also dated because it’s from 2017. In any case, make sure you have a handy map (available, for example, from the Visitor Centre at Oslo Central Station).

Note: all the restaurants, cafés, cultural attractions, etc. highlighted in bold blue below have already been covered in my earlier blogs about Oslo. So it’s advisable to read those before you leave.

Day I
Good. You have booked your flights and hotel (see my previous blog Oslo | Sleeping) . For a weekend, it is of course convenient to travel with hand luggage, which prevents waiting time on the outward and return journeys. When you arrive at Oslo Gardemoen, follow the signs to the trains. Buying tickets is simple, but there are also ticket offices where you will be helped. In half an hour the Flytoget(express train) will take you to the centre of Oslo. Time for a coffee! You will be hungry after the trip. In the Østbanehallen (market hall), which is attached to the Central Station, you can order a delicious coffee at Steam Kaffebar, because you are now quite ready for it. The handy thing is that opposite Steam is the Oslo Visitor Centre. Drop in for a handy map and maybe an up-to-date booklet on what’s on when you’re there.
Then walk to your hotel to check in. That way, you’ve got rid of your luggage and your hands are free.

Walk from your hotel back towards Central Station and visit the Operahuset, the Deichman Bjørvika Library and then walk towards the Munchmuseet which is also worth a visit. Perhaps it is time for a cup of tea or an aperitif. On the 13th floor of the Munchmuseet, there is Kranen Bar with a large terrace. When the weather is nice, you can sit here and enjoy the beautiful view and the most delicious cocktails.

By now you may have become hungry. Walk back to the Opera House and go to Radhusgate. Follow this street towards the city hall (RÃ¥dhuset), you will see Cafe Skansen on your left. You can immediately recognise it by the yellow painted outside walls. There is a terrace, but actually it is more fun inside. Enjoy a delicious Norwegian meal before heading back to your hotel. Or maybe have a drink somewhere. I think you will sleep well after this first long day with many impressions.

DAY II
We didn’t like the breakfast in our hotel, so we went to the now familiar Steam Kaffebar in the Østbanehallen. This is easy because behind the central station begins the Akerselva; this river runs like a green lung through Oslo. If you follow it, you’ll have a nice walk, as the river will take you past alternative galleries, beautiful old industrial buildings that have been given a new purpose, over special bridges, past beautiful works of art and the most unusual new buildings. The calm water is interspersed with small and bigger waterfalls. Keep walking until you reach Mathallen, Oslo’s first foodhall. By now you must be hungry, so go inside and feast your eyes. There are delicatessens and restaurants and you will always find a place to eat. There’s also a lovely tea shop (sorry, I’m always interested). After lunch, walk to the Grünerløkka district. This is the hippest neighbourhood at the moment. I saw nice bars, restaurants, vintage shops and nice terraces. Have a nice stroll but don’t forget to drink. You can do that for example at Godt Brød. This is a traditional bakery where you can have breakfast or lunch, but you can also go inside for coffee, tea or homemade lemonade. Now walk at your leisure towards Aker Brygge. It might be time for an aperitif. There are plenty of places to eat at Aker Brygge, but perhaps Thief Roof Bar is the best. One of Oslo’s most expensive hotels, but you don’t have to sleep there to have a drink. Not cheap, but the view is free!

And then it’s time for dinner again. I can heartily recommend Solsiden Restaurant. But… It is always fully booked so make a reservation as soon as you have planned your trip! They have two shifts, by the way. Once we had dinner there as early as 4.30pm. That seems very early, but we took it into account during the day and therefore skipped the aperitif. We left the table at 9.30 p.m., went in the direction of the hotel and had a delicious cocktail at Pier 42 the bar of Hotel Amerikalinjen. And as you can imagine, we slept very well afterwards.

Day III
Well, will it be Steam Steam Kaffebar or a different branch of Godt Brød near the Munch museum? If the weather is nice, this day is perfect for going to the Vigeland Sculpture Garden. It is a bit further away, about an hour’s walk. If you don’t feel like it, you can take a taxi or bus 31 from Central Station. Or you can take the Hop on – Hop off bus. You can get off at Central Station and the bus will take you to Vigeland Park via a number of important buildings, including the Royal Palace. You can get off anywhere and that might be handy.
I have not yet been to Vigeland Park, but it is on the top of my list for next time. The park is actually an open air museum with sculptures of one artist, Gustav Vigeland, and is also called the ‘bare sculpture park’.

The sculptures symbolise the cycle of life. At the Kafe Vigeland, they serve good coffee and Norwegian delicacies.
If you still have energy left, you can take a different route back via the Royal Palace (have you seen that one?) and then walk straight into the centre. Maybe you would like to do some more shopping or visit the City Hall to see the hall where the Nobel Peace Prize is awarded every year. I can tell you, it is very impressive. Or you can walk up the Aker Brygge (there is also a nice shopping centre behind it) and visit the Astrup Faernley Musee. My favourite museum in Oslo. I guess you’ve already worked up an appetite. There is plenty around, but I highly recommend the Italian restaurant Venti.Venti in the Asdtrup Fearnley and they have good wines too.

Day IV
After breakfast we walked to the harbour opposite the Town Hall, as we had tickets for a two-hour boat trip. We had already bought the tickets on the first day at the Oslo Visitor Centre.
The boat leaves at 10.30 am and is back at exactly 12.30 pm. Make sure you are on time, as you will have the best chance of getting a good spot (port side). For your information: there is a bar where you can get (buy) soft drinks and tea or coffee. We had become quite hungry and as we had to leave for the airport at 2 p.m. we quickly sought out a nice terrace for a light lunch. At Pastis Bistrobar I ate the most delicious toast avocado with a poached egg ever, I can highly recommend it.
After picking up our suitcase at the hotel we walked to the train station and in no time we were at Gardemoen. No hassle there like at Schiphol Airport, so we got through security quickly. At the airport we had a Scandinavian snack at Fiskeriet
with a glass of wine. Fortunately, because we had a one hour delay; we only arrived at Schiphol at 8 pm. The inconvenience of the delay was soon forgotten, as we looked back on a wonderful, inspiring weekend in Oslo.

We were in Oslo for exactly 72 hours, spread over four days. We felt like we had been there for a week. And yet we had not seen everything. In short, we will be back!

Shopping
Oh yes. You might be thinking: “What about the shops. I haven’t read anything about that”. That’s right. There was just no time for it every time I was in Oslo. And that for someone who has owned two wonderful tea shops and loves visiting shops with unusual concepts! Unthinkable, isn’t it? The next trip to Oslo, I have a goal. I am going to spend a whole day looking for nice shops so that I can tell you where to go.

Let’s go to Paris!
In my next blog I will take you to my beloved Paris. I get so many private requests if I know a nice hotel and where to eat. So… à bientot!

Photo credits: Koosje de Vries, Marion van den Blik, Oslo Visit